-
Alfons heeft het onderwerpVerhaal *Titel volgt* aangemaakt in het forum Schrijvershoek 10 jaren, 5 maanden geleden
Hai, ik ben bezig om met een verhaal te schrijven. Het gaat over de premiejager genaamd ‘De Black Shanter’ die zijn wereld probeert te redden van de ondergang van een mysterieuze man. Deze man maakt van haaien bijvoorbeeld cyborgs, om de stranden van Vidrionian City te terroriseren. Ik ben benieuwd wat jullie van het proloog en het eerste hoofdstuk vinden.
Hier begint het:
Proloog
De verbanning
‘Je bent al 5 jaar niet meer in dienst geweest, schat. Is het erg als ik vraag of je je wapens van het Hemelse Leger wilt wegdoen?’ vroeg Avalon aan Ravid. Ravid stond op van zijn kruk, en liep naar het balkon van hun woning. ‘Wat een mooi uitzicht op de wereld hebben wij hier. Het zou niet meer hetzelfde zijn, als daar op aarde gevochten wordt. Je weet maar nooit of er ooit oorlog komt. Wij zijn samen met de mensheid deels verantwoordelijk voor de schoonheid van de wereld.’ zei hij. Avalon liep naar hem toe en omhelsde hem. ‘Dat snap ik’ zei ze ‘maar tegenwoordig zijn er meer engelen opgegroeid, die zullen jou taak kunnen overnemen, toch?’. Ravid keek haar aan en zei ‘Eens een kapitein, altijd een kapitein. En zeker in dit leger. Ik snap jou punt, lief, maar ik de wapens niet zomaar wegdoen. Ook niet voor jou’. Avalon keek een beetje bedroeft, ze vond het jammer, want ze wou perse dat Ravid met vervroegd pensioen ging, zodat ze met hem rustig kon leven en mooie reizen kon maken door de wereld, zonder een mogelijkheid om opgeroepen te worden door het Hemelse Leger. ‘Het is al laat’ zei Ravid, ‘Laten we maar naar bed gaan om uitgerust de volgende dag tegemoet te komen’. Avalon stemde hiermee in, maar rond 2 uur in de nacht bleef ze wakker, terwijl haar man nog sliep. Ze kwam met een idee, en stapte uit bed. Pakte een juten zak uit huis en stopte daar wapens in. Ze liep naar buiten, aan de rand van de wolken, en liet de zak met wapens vallen naar de wereld onder hen. Ze aarzelde of het eigenlijk wel een goed idee was, en zuchtte diep. ‘Waarom ben je hier nou weer?’ vroeg een stem achter haar. Het was Ravid, die wakker geworden was. Avalon vertelde dat het onderwerp van eerder haar zo dwars zat, en dat ze eigenlijk wou dat ze met haar man een rustig geliefd leven kon hebben, zonder dat hij werd opgeroepen. Ravid werd een beetje boos. ‘je had het toch ook anders kunnen doen? Wat je nu deed is erg gevaarlijk! Als iemand op aarde zo’n wapen vind, kan dat schadelijk zijn voor de wereld! Er kunnen ernstige gebeurtenissen optreden, zoals een oorlog! We leggen dit uit aan de goden van ons koninkrijk’. Avalon stemde hiermee in, en de volgende morgen legden het het uit. De goden reageerden geschokt erop, waarop de Godin van de natuur, de oppergod, zei ‘Ravid, Ik stuur jou erop uit om de wapens te zoeken en terug te brengen. Avalon, door deze gevaarlijke actie van jou, ben je verbannen uit het koninkrijk der hemelen’. Met de psychische krachten van de Godin, haalde ze het aureool van Avalon weg. Langzaam werden haar vleugels zwart, en haar gewaad veranderde van wit naar grijs. ‘Je bent verbannen, totdat je iets groots goed beweert voor de aarde. Tot dan ben je een gevallen engel’. Avalon werd getransporteerd naar de deuren van het koninkrijk de hemelen. Vanuit daar werd zij van de rand van de wolken geduwd naar de oppervlakte van de aarde. Ravid keek bedroeft toe, ze had iets slechts gedaan, maar de bedoeling was niet slecht bedoeld. Hij moest een dag wachten voordat hij kon gaan, zodat de twee geliefden niet bij elkaar konden blijven.
‘Het heilige schild, de boog van licht, het zwaard van macht, en het belangrijkste: Het zakje gouden as van de Godin van Natuur. Daarmee kon ik de zielen die hier naar toe komen, in engelen veranderen.’ dacht Ravid bij zichzelf na terwijl hij een lijst maakte van de verdwenen spullen. ‘Maar ook mensen die het as aanraken veranderen in engelen. Hopelijk vind geen mens dat’. Het enige wat Ravid nog had was de hemelse staf, waarmee hij naar de deuren van de hemel liep en zich liet storten op de aarde.
Hoofdstuk 1
Black Shanter
Onder het koninkrijk der hemelen, ligt de aarde. Ergens op de aarde ligt het land Flaurna.
Een rustig en vredig land waar alle dieren en mensen in harmonie spelen, op enkele na. Alleen in Flaurna is het zo rustig, maar buitenstaanders zijn niet altijd even aardig. In het land Flaurna leven allerlei zeldzame dieren die soms worden opgejaagd, voor dierentuinen, experimenten en meer. Gelukkig zijn er in Flaurna ook activisten die tegen die jagers te lijf gaan. Maar in principe wordt er maar weinig gejaagd, en blijft het meestal vredig. De hoofdstad van Flaurna is Vidrionian city. Dit is een toeristische stad waar veel glasblazers wonen. Maar de stad zelf is niet van glas, hoor. Dit is tevens ook waar het verhaal begint.Het is de zomer van 20XX, iedereen aan het strand van Vidrionian city staat naar de show van de dubbelvin dolfijnen te kijken. Elk jaar treden ze op, en iedereen geniet ervan. Toch is er iets vreemds aan de hand, iets dat niet bij de voorgaande jaren hoorde. Een bepaalde sfeer, en het voelde niet lekker aan. Wat mensen zien bij de staart van de vierde dolfijn een rode sliert door het water. Mensen kijken verbaasd wat het is, het lijkt steeds langer en langer te worden. Opeens zien de mensen een vijfde vin boven het water, richting de dolfijnen. Zou het een vijfde dolfijn zijn? Dan laat het beest zicht verschijnen door uit het water te spatten, en het blijkt een haai te zijn. Alleen, deze haai heeft een ijzeren kaak, en een bionisch oog te hebben. Snel zwemt hij de richting van de dolfijn op, en bijt in de vierde dolfijn zijn staartvin. Door de ijzeren kaak scheurt de staartvin direct van het lichaam van de dolfijn af. Nu hij niet meer kan zwemmen, is het een makkelijk prooi voor de haai. De haai doet zijn bek open, waarna de tanden heen en weer gaan als die van een motorzaag. Daarmee dood de haai de dolfijn en heel wat bloed spettert richting de mensen op het strand. Die kijken geschokt hoe het beest zonder enige moeite de dolfijn opslokt. De andere dolfijnen zijn weg gezwommen, en de haai kijkt de de mensen aan met zijn bionische oog, en zwemt het strand op. Mensen rennen richting de stad terug, maar gelukkig komt de haai niet ver. Totdat de buik van de haai openklapt, waarna twee mechanische benen uitkomen. Hij rent op de mensen af, maar die proberen weg te rennen. Met het bionische oog van de haai bestraalt hij één van de mensen op het strand. De arme man staat stijf stil, en de haai komt met een enorme vaart op hem afgerend. Ook hierbij opent hij zijn bek en beginnen de tanden weer als een motorzaag heen en weer te slaan. Net voordat hij toe kan slaan, komt er een enorme ontploffing vlak de haai. Hij slaat het zand van zich af, maar ziet de bevroren mens niet meer, maar wel iemand anders. Met schoenen met stalen neuzen, een marineblauwe spijkerbroek, een zwarte jacket en een groen-rode Tam O’ Shanter staat hij vlak voor hem. De Black Shanter. Met een zwaard zo groot als de slagtand van een olifant, en een punt zo scherp dat het een titanium kokosnoot zo door midden kan splijten, richt hij het op de haai. ‘Net op tijd’ zegt hij. Ook de Black Shanter vraagt zich af hoe en wat er met de haai gebeurt is. ‘Normaal is de neus van een haai zijn zwakke punt, maar nu die met ijzer is geforceerd, wordt dat moeilijk.’ bedenkt hij. ‘Misschien moet ik hem gewoon doden, maar aan de andere kant, de mensen van de stad kijken naar dit gevecht. Ze zullen mij wreed vinden voor wat ik dan doe’. De haai probeert de Black Shanter te bestralen, maar deze ontwijkt te straal. ‘Dat oog is gevaarlijk, ik zou dat oog moeten kunnen beschadigen’. De haai schiet voor de tweede keer een straal op hem af, ook deze ontwijkt hij. Hier na rent de Black Shanter op de haai af, en zwiept zijn zwaard op de mechanische benen van de haai. Deze breken af, waardoor de haai minder gevaarlijk is. Hij kan niet meer lopen of omkeren, en kijkt nu één kant op, de zee. Één van de toeschouwers loopt naar het beest toe, maar de Black Shanter houd hem tegen. ‘Wat ben je in vredesnaam van plan, dit is veel te gevaarlijk.’ vraagt hij aan de toeschouwer. ‘Ik ben dierenarts, ik moet het dier onderzoeken om te weten wat er gebeurt mee is.’ beantwoord hij. ‘Niks daarvan, ik neem dit dier in beslag om zelf onderzoek te plegen.’ beantwoord de Black Shanter. ‘Ik wil dat niemand hier iets mee te maken heeft’. Hij drukt op een knop die op zijn gesp zit.
‘Luister, ik wil dat jij tegen alle mensen zegt dat ze moeten weggaan, het gevecht is nu afgelopen’ verteld hij tegen de dierenarts. ‘Oke’ zei de dierenarts, en deed wat er gedaan moest worden. Niet veel later hoorde de mensen een geluid uit de lucht, het bleek een helikopter te zijn, en deze landde op het strand. De Black Shanter opende de deur van de helikopter en klom erin. Hij drukte op een knopje, waarna er een vangnet uit de achterdeuren van het toestel schoot, en de haai ving. Nogmaals door op de knop te drukken, haalde hij het net met de haai naar binnen. Hij steeg op van het strand, en vloog de richting van het Ogonzhuka gebergte.Net buiten de stad vandaan staat een oud fort op een rotswand op zee. Vanuit daar stond een man in een lange zwarte jas en zwarte hoge hoed met een verrekijker naar het strand toe te kijken. ‘Experiment 01. Niet geslaagd. Voor herkansing vatbaar? Nee. Staat genoteerd.’ schreef hij op een klasblok. ‘Mensen’ zei hij tegen zijn bewaking, ‘We gaan. Experiment 02 en 03 staan te wachten’. Hij stapte zijn jeep in, en reed ervandoor. ‘Ik ben benieuwd of 02 en 03 het wel gaan redden’ vroeg de man zich af. ‘Baas, ik heb er volle vertrouwen in.’ vertelde één van de bodyguards. ‘Dat moet wel, ik wil wraak voor wat hij me ooit heeft aangedaan’. Beantwoorde de man. ‘Vertel tegen de anderen ze experiment 02 en 03 kunnen laten loslopen. Ik wil die boerderij nu afgebrand hebben’. De bodyguard pakte zijn walkietalkie en gaf de orders. De man en zijn bodyguards reden er met de jeep terug naar het thuisbasis. ‘Wat zijn uw volgende plannen, als dit toch mislukt?’ vroeg de bodyguard. ‘Ik zend jou er op uit, Gerald. Jij bent immers geslaagd met een AAA+ op je wapengebruik’ antwoordde de man. Gerald knikte en zei ‘Tot uw orders, meneer’. En ze reden verder.
De provincie Denkibuta ligt vol met weide en graslanden, met kleine beekjes. Dit gebied is vooral geliefd voor de boeren van Vidrionian City. Maar ook in dit gebied leeft wild, van Watervosjes tot elektrische varkens. De meest bekende boer van deze provincie is Ivan Hogdaf. Hij heeft het meeste vee van iedereen, en laat dat ook zien door de dieren de ruimte te geven. Toch gaan de dieren in de avond wel naar stal. Alleen deze avond hebben de kippen het niet lekker in hun vel. Rond middernacht sluipt er een watervos naar het kippenhok toe. Opeens staat het kippenhok in brand. Na 5 minuten merkt Ivan de brand op, en schreeuwt dat er brand is bij zijn kippenhok. Er klinken luiden bellen, en iedere boer in de omgeving wordt ook wakker. Ze helpen boer Ivan met het blussen van de brand, en bellen dan naar de stad. De politie komt er meteen op af, en ondervraagt de boeren. Een van de agenten ziet op één van de afgebrande planken wat krassen, waar het hout nog zwarter is dan de rest. ‘Ik schakel de hulp van de Black Shanter in.’ Zegt hij, en contacteert hem. Al heeft de Black Shanter weinig zin om met het onderzoek te helpen, mede omdat hij een premiejager is, komt hij toch. ‘Ik hoop voor je dat je me niet voor niks hebt opgeroepen, ik ben nog bezig met een soort cyborg-haai te onderzoeken.’ beantwoord de Black Shanter. ‘Nja, ik vond het zo vreemd’ vertelt de agent, ‘het hout is zwarter waar er krassen op zitten’. De black Shanter loopt er naar toe, en kijkt ernaar. ‘Ik neem dit stuk hout en een paar andere planken mee voor onderzoek.’ De rechercheur kijkt hem verontwaardigt aan en zegt ‘Maar dit zijn wel onze bewijsstukken, wij moeten hier toch ook mee onderzoeken?’. De Black Shanter zucht diep en vraagt ‘Dus U roept mij op, om mijn tijd te verdoen? Ik neem de stukken mee’. Ivan vraagt ‘Heeft U enig idee wie of wat dit heeft gedaan? Ik wil graag een aanname horen’. Hij krijgt hierop beantwoord ‘De krassen zijn van een watervos, maar die kunnen geen vuur veroorzaken. Ook zie ik hier geen objecten die het vuur konden veroorzaken, dus vandaar dat ik hier mee willen onderzoeken’. De Black Shanter stapt zijn auto in, maar voor dat hij vertrekt verteld hij tegen de rechercheur dat hij de komende nachten wat agenten op wacht moet zetten, voor het geval dat.
Teruggekomen bij zijn beschermde hut in het Ogonzhuka gebergte staat er een oude vrouw bij zijn deur. ‘Heeft U de borden niet gelezen? Het is hier ontzettend gevaarlijk met de vuurkevers. U weet toch wel dat ze zo heet zijn als magma en zo groot zijn als een gemiddelde hand?’ ondervraagt de Black Shanter. De oude vrouw verteld dat ze het wist, maar dat ze bij hem moest komen. Er was namelijk een nare sfeer in het dorpje Redwood ontstaan, nadat er een vreemd figuur in een gewaad was gekomen. ‘Iedereen in het dorp is bang, en wil zijn huis niet uit. Vooral niet in de avond. Ik kreeg als dorpsoudste de opdracht om naar U te komen, om te vragen voor uw hulp. Voordat dit figuur ons dorp inkwam, had ik een nacht eerder iets uit de hemel zien vallen. Ik heb dit nog niemand verteld, om angst te voorkomen. Maar dat is niet gelukt’. Verteld de oude vrouw. ‘Kunt U alstublieft een kijkje willen nemen? Ik ben van ver gekomen, ziet U’. De black Shanter kijkt haar met een serieuze blik aan en vraagt ‘Ik ben bezig met twee onderzoeken, ik heb het erg druk. Heeft het dorp Redwood niet twee legendarische martial artists? Één met zwart haar en een rode hoofdband, en de ander blond in een rood vechterspak?’
De oude vrouw beantwoord ‘Ik weet wie U bedoeld, en die doen hen best, ze vragen dan ook naar uw hulp’. De Black Shanter heeft geen keus laat haar weten dat ze morgenochtend vroeg vertrekken naar Redwood.Die ochtend aangekomen in Redwood, merkt de Black Shanter op dat er inderdaad een sfeer hangt die niet te vertrouwen is. ‘Het dorpsbeeldhouwwerk van de twee legendarische martial artists is kapot gegaan, ik vraag me af of er iets is gebeurd met de echte twee’ vraag hij zich af. De twee lopen verder het dorp in, en ze horen het gefluister van de dorpsbewoners die in hun huizen verstopt zitten.
‘Mag ik u vragen waar U dit vreemde figuur het laatst heeft gezien?’ vraagt hij aan de oude vrouw. ‘Voor de deuren van de tempel’ verteld ze. En ze lopen er op af. Terwijl ze naar de tempel lopen, ruiken ze rook. Het komt uit de richting van het gemeentehuis. De Black Shanter rent erop af, en ziet dat er een man uit het gebouw rent, al brandend en wel. Hij schreeuwt dat hij moet rollen om van het vuur af te komen. Dit doet de man, maar net dat het vuur weg is, is de man al dood. Wel wees hij naar de tempel, met de bedoeling dat daar de brandstichter zit. De oude vrouw kijkt verschrikt op en verteld dat dit de burgemeester is. De vrouw klopt aan de deuren dat de mensen naar buiten moeten om te komen helpen met het blussen van de brand, en verteld tegen de Black Shanter dat hij alleen naar de tempel moet gaan. Hij rent ernaar toe, en klimt de steile trappen op. Hij doet de deuren open, en ziet één van de legendarische vechters op de vloer liggen met hevige pijn. Hij vraagt aan hem wat er is gebeurt, maar het enige wat de vechter kan zeggen was dat hij verder de tempel in moest lopen, en voorzichtig moest zijn. Want de vrouw in het gewaad was erg gevaarlijk. ‘Vrouw?’ dacht de Black Shanter bij zich zelf, en liep door de tempel heen.
Hij hoorde allerlei geschreeuw vanuit de tempel komen, en liep ernaar toe. Aan het einde van een lange gang, kwam hij bij een trap terecht. Hier werden het geschreeuw iets luider, en liep de trap op. Pas op de vierde verdieping kwam hij in een zaal terecht, en liep hierin.
Het was een trainingsruimte van de tempel, en zag daar de blonde man tegen iemand in een gewaad vechten. Maar helaas kreeg de blonde vechtersbaas een keiharde trap in zijn buik, en vloog tegen de muur aan.
‘Wie ben jij?’ vroeg de Black Shanter. De persoon deed het hoofd deel van het gewaad af, en liet haar gezicht zien.Ik vermeld wel dat het een tijd zal duren om hoofdstuk 2 te schrijven.
Home Activiteit